Menu

IMG 0514

In mei 2012 bracht Roco in alle stilte een nieuwe nummervariant uit van de NMBS stortwagen type 1215 A0 die ondergebracht was in de zogenoemde EUROP-pool. In 2006 bood Roco deze wagen voor het eerst in een Belgische uitvoering aan. Toen werd hier niet veel aandacht aan besteed. Onterecht, want van deze wagen werden in 1956 meer dan 4000 exemplaren gebouwd. Tot het begin jaren 1980 kon je ze op het Belgische net aantreffen. De moeite om even stil te staan bij de geschiedenis van deze unieke goederenwagen.

 

Geschiedenis van de EUROP-pool

De EUROP-pool werd op 1 mei 1951 opgericht als een grensoverschrijdende samenwerking tussen de Duitse (DB) en de Franse (SNCF) spoorwegen. In 1953 trad de NMBS toe tot deze EUROP-pool, samen met zeven andere spoorwegmaatschappijen waaronder Luxemburg (CFL), Italië (FS), Nederland (NS), Oostenrijk (OBB), Zwitserland (SBB/CFF) en Eisenbahnen des Saarlandes (EdS). De organisatie kreeg zijn hoofdzetel in Bern in Zwitserland. Elke maatschappij bracht een aantal wagens in de pool die vrij op elkaars spoorwegnet konden ingezet worden zonder dat ze onmiddellijk naar het land van oorsprong moesten terugkeren. Door het gemeenschappelijk gebruik werd het aantal ritten met lege wagens zoveel mogelijk vermeden. Op het hoofdkwartier in Bern werd dagelijks de teller bijgehouden zodat de huurprijs voor het gemeenschappelijk gebruik aan de deelnemende landen kon doorgerekend worden. In de jaren 1950 tot begin 1960 bleef de onderlinge uitwisseling beperkt tot open stortwagens en gesloten goederenwagen met twee assen. Later werden andere types in de pool opgenomen, zoals rongenwagens Kbs en Rs, gesloten wagens Gbs, zelflossers Fcs en schuifwandwagens Hbis. Op 1 december 2002 werd de EUROP-pool opgeheven.

Om de uitwisseling vlot te laten verlopen, werden deze wagens gebouwd volgens internationale afspraken en standaarden. Een aantal van deze afspraken werden vastgelegd door het UIC (Union Internationale des Chemins de fer) en in het internationale RIV-reglement (Regolamento Internazionale Veicoli). Het UIC en het RIV werden in de jaren 1920 opgericht en zijn tot op vandaag nog steeds actief.

 

Het type 1215 A0 van Roco

Eén van de belangrijkste initiatieven van het UIC was de aanzet voor het ontwerp van een verschillende types internationale UIC wagens. De bouw van deze wagens gebeurde op initiatief van elke spoorwegmaatschappij afzonderlijk en werd uitbesteed aan de plaatselijke industrie. Omdat ze uiterlijk en vooral technisch identiek waren konden ze gemakkelijk ingezet worden in de landen die lid waren van de EUROP-pool. Bovendien gebeurde het klein onderhoud in het land waar de wagens op dat moment vertoefden. Alleen voor een grote revisie en bij een ernstige beschadiging kwamen ze terug naar het land van herkomst.

De open wagen op twee assen van Roco behoord tot het UIC type 1. De wagens waren in metaal en voorzien van een vloer in hout. In het totaal werden voor de NMBS 4018 wagens van dit type gebouwd door de NMBS werkplaats in Cuesmes en bij ABR in Familleureux. Dit gebeurde in 7 reeksen vanaf 1956 tot 1958. Ze werden aanvankelijk ingedeeld als type 1215a en kort daarna als type 1215 A. De eerste twee reeksen werden besteld met een nummer met zes cijfers, maar bij de levering in 1956 kregen ze nieuwe nummering met zeven cijfers van 2.280.000 tot 2.280.040 en 2.280.041 tot 2.280.520. Het model van Roco met het nummer 2280097 behoort tot de tweede reeks die werd geleverd in 1957. De laatste reeks eindigde met het nummer 2.288.499. In totaal werden 4018 wagens gebouwd. Niet alle nummers werden gebruikt. Alleen het prototype heeft tijdelijk het nummer 999.999 gekregen en maakte deel uit van een Europese expotrein. Een groot aantal wagens werden uitgerust met een platform en handrem. De stortwagens werden vooral gebruikt voor het vervoer van bulkgoederen zoals kolen, cokes en hout. Ze konden een maximum lading van 29 Ton vervoeren. Deze relatief kleine wagens met een lengte van slechts 7,76 meter en een hoogte van 2,96 meter hadden aan beide zijden twee dubbele deuren van 1,40 meter breed en één of twee beweegbare kopwanden. Het volume bedroeg 36,8 m³. Ze hadden een laadoppervlak van 24,4 m. Het lossen gebeurde met een speciale installatie waarop de wagens frontaal of lateraal konden gekanteld worden. Dit werd op de wagen aangeduid met een ronde witte markering onder hun nummer.

 

De wagens die ondergebracht zijn in de EUROP-pool zijn gemakkelijk te herkennen aan het EUROP-logo. Onder het opschrift EUROP staat het kenmerk van de spoorwegmaatschappij waartoe de wagen behoort met daaronder het zevendelig serienummer. In ons geval is dit het B-logo van de NMBS en het nummer 2228097. Rechts op de wagen staat een verwijzing dat de wagens voldoen aan de internationale van de RIV- en UIC-afspraken. De markering 'UIC St' duidt erop dat het een standaardwagen betreft die gebouwd is volgens de gemeenschappelijke plannen van de verschillende netten. Op de vier hoeken zien we twee horizontale identieke witte markeringen wat betekent dat het remmechanisme en de doorvoerleidingen voldoen aan de internationale afspraken. In 1964 kregen deze goederenwagens een UIC nummer met twaalf cijfers van 01 88 501 4000 tot 8499. Vanaf dat jaar werden ze ingedeeld als type 1215 A0 en kregen ze de lettercode 'E' als open stortwagen op twee assen. In het begin werd de letteraanduiding voorafgegaan door een wit punt als aanduiding dat het om een UIC-code gaat. Omstreeks 1984 verdween dit punt. De wagens van het type 1215 A0 werden begin jaren 1980 geleidelijk uit dienst genomen. Een aantal werd verkocht aan de toenmalige Deutsche Reichsbahn (DR). Enkele wagens kregen een tweede leven en werden nog enkele jaren gebruikt als lokale dienstwagen.

 

Deze wagens UIC type 1 werden volgens eenzelfde concept gebouwd voor België, Nederland en Frankrijk. Dit verklaart waarom Roco deze goederenwagen in een NMBS uitvoering kan aanbieden (nr. 66287). Het model dat Roco van de stortwagen type E in tijdperk III uitbrengt is echter niet nieuw. In 2006 bracht Roco de wagen voor het eerst op de markt in een bruine versie in tijdperk III (nr. 66292). Een jaar later volgde een tweedelige set met een bruine en een groene variant met UIC nummer in tijdperk III (nr. 45956). De groene variant heeft nooit bestaan omdat alle wagens geleverd werden in een roodbruine kleur. Het model van Roco is uitgerust met spaakwielen, wat heel normaal is voor wagens die in de jaren 1950 en vroeger werden gebouwd. De wagen is nagenoeg perfect op schaal. Opvallend zijn de buffers in een typische NMBS uitvoering.

 

Waarschijnlijk heeft Roco gekozen voor de DR-variant die de wagens van de NMBS had overgenomen. Alleen de trekhaken ontbreken op de vier hoeken. Veel aandacht is besteed aan het chassis met een opvallende detaillering en een goed werkend kortkoppelmechanisme. De wagens kunnen perfect ingezet worden op een Belgische baan in tijdperk III. Omdat het aanbrengen van het UIC-nummer vanaf 1964 enige tijd duurde, kan je ze nog een korte tijd met het oude EUROP-logo laten meerijden. Een reeks van deze NMBS-wagens kan gemakkelijk samen met stortwagens van de EUROP-pool ingezet worden. Voor de prijs hoef je het niet te laten. Prijs van het model: 14,5 euro.