Menu

Een afgewerkt model van de reeks 72 en type 272 bij Jocadis

22 jaar geleden heeft Jocadis in België de basis gelegd voor exclusieve Belgische modellen in bouwdoos. In 1981 om precies te zijn, bracht hij zijn eerste stoomloc type 16 in witmetaal op de markt. Een gedurfd initiatief dat daarna gevolgd werd door talrijke andere modellen. Naast stoomlocomotieven werden eveneens rangeerlocs en lijndiesels uitgebracht. Steeds volgens het zelfde concept in samenwerking met de Engelse firma DJH of het huidige Model Loco. Intussen is een lange weg afgelegd en is de kwaliteit en afwerking in vergelijking met de allereerste exemplaren in witmetaal aanzienlijk verbeterd. Als laatste in de rij biedt Jocadis het model van de reeks 72 (ex type 272) aan. We hebben als eerste de gelegenheid gekregen om dit model aan een grondige test te onderwerpen en kunnen u de resultaten in deze bijdrage voor beoordeling voorleggen.

 

 

Grootbedrijf

De reeks 72 werd in 1956 in opdracht van de NMBS door Brugoise et Nivelles gebouwd als aanvulling op de prototypereeksen 270 en 271, die later respectievelijk de reeks 70 en 71 zouden worden. In het totaal werden 15 exemplaren geleverd. Zij hebben gedurende hun hele levensloop dienst gedaan in de haven van Antwerpen en hadden Antwerpen-Dam als standplaats. Met hun vermogen van 550 kW behoorden ze toen tot de sterkste rangeermachines in dienst bij de NMBS. Zij waren de ideale locomotieven om de andere machines bij te staan. Hun opdracht bestond lange tijd in het verzekeren van het zware rangeerwerk in de toenmalige overslagplaats voor kolen en ijzererts Stocatra. Met hun maximumsnelheid van 50 km/uur werden ze eveneens ingezet in andere goederenbundels en werden ze zelfs gebruikt voor het verzekeren van lokale provinciale goederentreinen.

Tijdens hun ganse carrière werden de locomotieven van de reeks 72 zowel op de kop als achteraan gesierd met een slank geel vlindermotief op een donkergroene achtergrond. In de jaren ’70 werd de schildering over de hele loc uitgebreid met een brede zichtbaarheidsband en werd langs het motorgedeelte een borstwering geplaatst. Na een loopbaan van bijna 30 jaar werden de laatste machines van deze reeks in 1985 uit dienst genomen. Alleen de 7209 is bewaard, echter zonder motor. Na restauratie zou deze loc in Antwerpen Noord op een sokkel geplaatst worden.

De 7215 op weg naar Antwerpen-Dam net voorbij de brug over het Albertkanaal op 9 juni 1981

 

De reeks 72 in model

De nieuwste telg in het aanbod van Jocadis is net als alle voorgaande modellen uitgevoerd in witmetaal. Dit betekent dat de bovenbouw volledig bestaat uit onderdelen in witmetaal en dat het chassis uitgevoerd is in geëtst messing. Het prototype dat voor deze test ter beschikking werd gesteld is door de Engelse fabrikant DJH geschilderd in het donkergroen en werd speciaal voor deze gelegenheid voorzien van gele sierstrepen. Het model wordt zowel in bouwdoos als volledig afgewerkt geleverd. De afgewerkte versie is vanuit de fabriek gesoldeerd, gespoten en voorzien van correcte opschriften en belijning. Tevens is elk afgewerkt exemplaar uitgerust met wisselende witte led’s en is de loc voorzien van een NEM 652 decoderstekker voor digitaal rijden. Bij de montage is zorgvuldig aandacht besteed aan de plaatsing van de verschillende details zoals ruitenwissers, roosters, tyfoon, trapjes, leidingen en handgrepen. Boven op de motorkap is de rooster vooraan nog uitgevoerd in witmetaal. Bij het definitieve model zal hier een open rooster in messing geplaatst worden.

Schildering

Het model dat wij voor deze test kregen heeft vanuit de fabriek in Engeland een schildering uit periode III ontvangen. Het nummer 7213 op de loc met vier cijfers wijst erop dat het hier echter gaat om een model dat we moeten situeren in het begin van periode IV. Later zal deze schildering aangevuld worden met een brede gele zichtbaarheidsband over de hele locomotief. Opvallend is dat niet alleen de opschriften, maar ook de gele belijning met decals zijn aangebracht. Hiervoor heeft DJH een speciaal setje ontwikkeld. Ondanks het gebruik van transfers zie je op het model geen sporen of randen die op het gebruik van decals wijzen. Alleen met een vergrootglas konden we dit achterhalen. Dit bewijst dat DJH bijzonder veel aandacht aan de realisatie van deze schildering heeft besteed. Het vlindermotief op de kop en achter het machinistenhuis komen perfect overeen met het werkelijke voorbeeld. Ook de andere gele lijnen zijn conform de werkelijkheid. De gele band ter hoogte van de voorste rooster is aan beide zijden onderbroken. Dit was slechts bij een beperkt aantal exemplaren en gedurende een korte periode het geval. De cijfers ter hoogte van de wielen zijn bij het originele voorbeeld kleiner.

De fabrieksplaat op de zijkant van de cabine is in messing. Hierop lezen we heel duidelijk de naam van de constructeur “Les Ateliers Metallurgiques Nivelles”. Hetzelfde geldt voor de overige opschriften. Ze zijn goed leesbaar, hoewel we hiervoor een loep moesten gebruiken. De stelplaats Antwerpen Dam is in zwarte letters op een witte achtergrond. Het gedeelte onder de voetplaat is in hetzelfde groen als de bovenbouw gespoten. Hoogst waarschijnlijk is dit ook de originele kleur en was het groen duidelijk waarneembaar bij een tussentijdse revisie of na een grondige onderhoudsbeurt, maar in het beste geval werd daarna alleen de bovenkant proper gehouden.

Het chassis

Onder de kap zit een eenvoudig chassis dat gebouwd is volgens een methode zoals we van DJH gewend zijn. Dit wil zeggen dat de twee chassisplaten op gelijke afstand gehouden worden met afstandsbussen die met platte vijsjes worden vastgezet. Twee bijkomende plaatjes in messing geven extra steun en sterkte aan deze constructie. Het verwijderen van de kap gebeurt met het losdraaien van twee M2 boutjes. Het chassis komt gemakkelijk los van de bovenbouw zodat het eventuele onderhoud van de motor en de tandwielen gemakkelijk kan uitgevoerd worden. Onder de motorkap zit een vijfpolige Japanse Mashima 1626 Motor. Een beproefd concept dat voldoende trekkracht garandeert. De motor wordt met twee kleine vijsjes tegen een tandwielkast gehouden. Via een wormwieltje in kunststof en twee tandwielen in messing wordt de middelste as (de derde as) aangedreven. Via de koppelstangen uit één stuk worden eveneens de andere wielen en de blinde as in beweging zet. De assen van de vier wielen zijn in staal en liggen in fijn gedraaide asbusjes in messing. De stroomafname gebeurt op alle wielen met niet zichtbaar geplaatste stroomafnemers in fosforbrons. Er zijn geen slibbandjes aanwezig. De trekkracht van de loc ondervindt hiervan geen hinder. Dit komt in hoofdzaak door het gewicht van het model. Met 325 gram  is dit ruim voldoende. De wielen zijn zwart geschilderde Romford wielen waarop het contragewicht met een messingplaatje is gelijmd.

Rijeigenschappen

Wij hebben het model aan een uitvoerig test onderworpen om na te gaan of deze loc ook daadwerkelijk als rangeerloc op een modelbaan kan ingezet worden. Wij hebben ons echter moeten beperken tot een analoge test omdat in het testexemplaar nog geen decoderstekker was ingebouwd. Dit zal wel het geval zijn met de definitieve versie.

Op een analoge baan reageert de loc onbelast reeds bij een rijspanning van 3 Volt. De rijsnelheid komt daarbij overeen met een reële snelheid van 7 km/uur. We hebben dit vastgesteld met een Fleischmann Speed Control Tachowagen die we tijdens de test achter de loc hebben gehangen. De schaalsnelheid van de loc wordt met deze snelheidscomputer automatisch omgezet naar de reële snelheid. Rangeren tegen zeer trage snelheid is perfect mogelijk zonder de rijregelaar te moeten bijsturen. Bij een rijspanning van 12 Volt haalt de reeks 72 een reële rijsnelheid van 54 km/uur op een rechte horizontale baan en 51 km/uur in een krappe boog. Dit komt nagenoeg overeen met het toegelaten maximum van 50 km/uur. De ampère meter duidt bij deze snelheid 120 mA aan. Bij een sleep van 15 slecht onderhouden oude Liliput wagentjes daalt de snelheid bij 12 Volt naar 46 km/uur en 340 mA. De gebruikte goederenwagens worden zonder problemen in beide richtingen vooruit getrokken of geduwd. Het model is uitgerust met twee nem-schachtjes waarin een koppeling naar keuze kan geplaatst worden. Hiervoor is onder het chassis een Symoba kortkoppelingsmechanisme geplaatst die in de hoogte kan bijgesteld worden. Om de koppeling te plaatsen heeft men in de bufferbalk een opening voorzien waarnaast nog twee leidingen zijn geplaatst. In zeer krappe bogen bij onze testopstelling durven deze leidingen de koppeling wel eens hinderen bij een sleep met tweeassige wagentjes zoals onze Liliputjes. Goederenwagens en ook rijtuigen op draaistellen ondervinden echter geen problemen.

Het model van de reeks 72 (ex type 272) heeft ons hart veroverd. De schildering en de algemene afwerking zijn bijzonder geslaagd. De trekkracht en de rangeermogelijkheden zijn ruim voldoende en realistisch. Jocadis slaagt erin om opnieuw de liefhebber van Belgisch materiaal te verbazen met een perfect model van een Belgische rangeerlocomotief. Niet tegenstaande deze loc bijna uitsluitend in de haven van Antwerpen en omstreken heeft dienst gedaan, zal het model op vele modelbanen niet misstaan. Het model lost onze verwachtingen in en kan aan zijn taak als rangeerloc beginnen. Een afgewerkt model is prijzig, maar daarvoor krijg je een uniek artisanaal exemplaar en een niet alledaagse afwerking in een prachtige schildering.

Afmetingen

  Werkelijkheid Schaal 1/87 Model HO
Lengte over de buffers 12.080 mm 138,9 mm 139,8 mm
Lengte kast 10.930 mm 125,6 mm 125,9 mm
Diameter wielen 1.262 mm 14,5 mm 14,2 mm
Radafstand tussen de wielen 1.700 mm 19,5 mm 19,9 mm
Afstand tussen de buffers 1.750 mm 20,1 mm 20,2 mm
Breedte 2.936 mm 33,7 mm 33,7 mm
Hoogte bestuurderscabine 4.146 mm 47,7 mm 48,2 mm

 

Inrijden

Het model van de reeks 72 (ex type 272) is een artisanaal product dat slechts in een beperkte oplage wordt geproduceerd. Het is uitgerust met een zelfgeconstrueerde tandwielkast met messing tandwielen en geëtste koppelstangen. Het inrijden van de loc is niet noodzakelijk, maar wel wenselijk wanneer hij permanent op een modelbaan wordt ingezet. Het laten roderen is vrij eenvoudig. Hiervoor wordt het model op een vlakke baan geplaatst en laten we deze machine tegen een gemiddelde snelheid (10 à 12 Volt) rustig zijn rondjes rijden. Vooraf brengen we op al de draaipunten een druppeltje olie aan. Vergeet ook de koppelstangen niet. Liefst olie van een gekende treinenfabrikant die specifiek voor modeltreinen wordt ontwikkeld. Het inrijden is nodig om alle onzichtbare braamresten op de bewegende delen te laten inslijten zodat ze langzaam verdwijnen. Hoe lang dit inrijden moet duren, is moeilijk vooraf te bepalen. Tijdens het inrijden in beide rijrichtingen mag je na enige tijd de snelheid regelmatig aanpassen. Tevens kun je de belasting geleidelijk verhogen door enkele goederenwagens achter de loc te hangen. Om het inrijden te bespoedigen kun je ook grafietolie gebruiken. Aan deze olie is een kleine hoeveelheid grafiet toegevoegd en is bedoeld om bewegende delen sneller te laten roderen. Nadeel is wel dat deze olie alleen in spuitbus verkrijgbaar is. Je moet daarom eerst een beetje olie in een potje spuiten en daarna voorzichtig aanbrengen. Ook MOS2 (Molybdeen Bisulfide vet) is een goed smeermiddel voor het inrijden. MOS2 is een industrieel product en speciaal geschikt voor de smering van mechanische delen die zwaar belast worden en met lage snelheid werken. Het is ondermeer verkrijgbaar in de meeste auto speciaalzaken. Verwijderen van het vet of grafietolie doe je met wasbenzine of remreiniger. Inrijden kan natuurlijk ook op een rolbank.

 

Reeks 72: Kant-en-klaar

Het model van de reeks 72 of ex type 272 is verkrijgbaar als bouwdoos of als afgewerkt model. In elke bouwdoos zit een motor en wielen. De tandwielkast moet zelf geplooid en gemonteerd worden. Transfers voor de gewenste periode moeten afzonderlijk gekocht worden.

Afgewerkt kun je kiezen uit een voorbeeld in periode III (type 272) of IV (reeks 72) met overeenstemmende schildering. De reeks 72 heeft een borstwering naast het motorgedeelte. Het type 272 heeft alleen handgrepen aan de opstaptreden. Een exemplaar voor het Märklin wisselstroomsysteem is standaard uitgerust met een Lokpilot decoder die eveneens dienst doet voor de regeling van de rijrichting. Een tweerail gelijkstroomversie is met of zonder decoder verkrijgbaar. Een bouwdoos kost € 260,00 of € 305,00 voor het drierailsysteem met decoder en sleper. Afgewerkt betaal je € 585,00 of € 630,00 voor drierailsysteem uitvoering. De levering van zowel de bouwdoos als afgewerkt is voorzien vanaf april.