Menu

Het monteren van de K1 rijtuigen van OVB-Models

Het is sinds 1993 geleden dat een samenwerkingsverband van drie handelaars onder de naam OVB-Models zowel de K1 als de M1 rijtuigen als afgewerkt product heeft uitgebracht. Ht trio bstond uit Treinshop Olaerts, Hobby Verborgh uit Gent en Balien in Antwerpen. Intussen is er nog steeds vraag naar deze rijtuigen. Treinshop Olaerts heeft als enige overblijvende van de drie oorspronkelijke initiatiefnemers het idee opgevat om beide wagens nu ook in bouwkit aan te bieden.

Zowel de introductie van de K1 in 1993 en later de M1 rijtuigen in 1995 waren revolutionair voor de Belgische Modelliefhebber. Het was de eerste keer dat enkele handelaars in België het idee opvatten om gezamenlijk een Belgisch rijtuig in HO uit te brengen en als afgewerkt product aan te bieden. Het concept was eenvoudig. Het werd een betaalbaar model dat voldoende rekening hield met de beperkte afzetmarkt. Tegelijk kon van eenzelfde type wagen verschillende varianten gemaakt worden. De aanvankelijke ontwikkeling van het K en M rijtuigen gebeurde door de Deense fabriek Heljan. Het spuit en drukwerk werden uitbesteed aan een Zwitsers bedrijf. Beide modellen vonden een grote afzet. Omdat er nog steeds vraag is naar beide wagens heeft Treinshop Olaerts besloten om de verschillende varianten van de K1- en de M1 in kit aan te bieden. Hierdoor kan de prijs voor de klant aanzienlijk gedrukt worden.

Niet tegenstaande veel treinverzamelaars vaak nog bang zijn om zelf aan de modellen te werken, is de montage van een K1 of M1 rijtuig vrij eenvoudig. We nemen één exemplaar van een K-rijtuig en tonen aan de hand van foto's de verschillende stappen die moeten gevolgd worden. Het materiaal dat je hiervoor nodig hebt, is beperkt en maakt zeker deel uit van uw werkkoffer. Het risico om brokken te maken is miniem.

De rijtuigen in de bouwkit worden geleverd in de juiste groene schildering en zijn voorzien van opschriften. Het onderstel, het interieur en het dak zijn in gekleurd spuitgietwerk. De draaistellen zijn compleet met geïsoleerde wielen voor het tweerailsysteem. Verder vind je onderdelen om het rijtuig van alle details te voorzien. Van elk type rijtuig zijn verschillende varianten beschikbaar in een eerste en tweede klasse uitvoering. Afhankelijk van de periode zijn ook enkele wagens bedrukt met de derde klasse indeling en kun je rijtuigen uit de twee kleurenperiode bekomen.

Het K1-bagage ruituig

Bij het K1-rijtuig kiezen we voor het bagagerijtuig B7D met koepel. Dit rijtuig hangt meestal achteraan een stam of net achter de locomotief. 

Controleer eerst of alle onderdelen in de set zitten. Naast de grote stukken is het handig dat je nagaat of ook de twee veertjes voor het kortkoppelingsmechanisme en alle ruitjes aanwezig zijn. Normaal is de inhoud van de set vooraf gecontroleerd en mag je gerust zijn. Maar het is toch gemakkelijk wanneer je achteraf niet voor verrassingen staat en opnieuw naar je handelaar moet. Controleer eveneens of alle gietstukken op de gietboom zitten en of je de juiste wielen voor het twee- of drierail systeem hebt gevraagd. Overweeg bij de aanschaaf ook andere koppelingen.

Eerst starten we met het onderstel. Deze is voorzien van een ingelijmde bodemplaat die voor het nodige gewicht van een afgewerkt rijtuig zorgt. We controleren of het chassis gemakkelijk in de kast schuift. Met een platte vijl kan je de plaatsen waar het chassis knelt een beetje kunststof wegvijlen. Veel hoeft dit niet te zijn. Ook kunnen de scherpe hoeken afgerond worden.

We raden aan om de controle nu uit te voeren omdat je nog niet gehinderd wordt door de extra onderdelen die later worden aangebracht. Let wel op dat de bodemplaat niet te los zit. Een beetje knellen is noodzakelijk om later het geheel bij elkaar te houden.

een veertje wordt over het meegegoten haakje in de koppelingshouder geschoven. Daarna wordt de houder geplaatst in de voorziene opening en wordt het andere uiteinde van het veertje in het haakje op het chassis getrokken. Gebruik hiervoor een fijne tang of een pincet. Hou tevens één hand over het veertje, want dat durf wel eens onverwacht wegspringen.

De meegeleverde assen worden voorlopig in de draaistellen geduwd. Dit gaat zonder problemen. Wie wil kan vooraf in de puntlagers in kunststof een beetje vet of een druppeltje olie aanbrengen. Bijvoorbeeld met Molybdeenvet of Roco klübervet nr 10905.

Let bij de K-rijtuigen op de juiste plaatsing van de draaistellen. Het ophangpunt staat namelijk enkele millimeters uit het middelpunt, zodat de bogies in krappe bogen niet tegen de trapjes aanstoten. De korte zijde komt aan de buitenkant tegen de trapjes..

Wanneer je zeer krappe industriebogen gebruikt, is het noodzakelijk om bij het bagagerijtuig ook het trapje aan de toegangsdeur van de bagageruimte te verwijderen. Hiervoor gebruik je een kniptang of een hobbymes.

Daarna worden de restanten van de aanhechtingspunten op de kast met een vijl verwijderd. Vervolgens wordt het onderstel even opzij gelegd om aandacht te hebben voor het dak.

Bij het bouwpakket van het K-rijtuig zit een gietboom met kleine onderdelen voor het dak en de kast. Ook de buffers vind je hierop terug. Deze kleine stukjes worden met een hobbymes losgemaakt. Gebruik hiervoor een mes met een rond snijvlak (X-Acto nr. 15) en een plankje. Verwijder ook de braam- en gietresten met een vijl of een hobbymes (nr. 11). Leg de stukjes apart zodat ze niet verloren geraken.

De dakventilatoren worden één voor één in de dwarsrichting met een gripvaste tang in de voorziene gaatjes geduwd. Zorg ervoor dat de ventilatoren niet wegschieten en druk ze ook niet plat. Boven het toilet komt een aangepaste ventilator die je eveneens op de gietboom vindt.

Doorprik vooraf al de gaatjes met een dunne boor (0,8 mm) zodat je de ventilatoren met een beetje vloeibare plastieklijm kunt vastzetten.

Daarna lijmen we langs de onderzijde van het dak alle ventilatoren vast met een beetje plasticlijm en een penseel. Controleer of het dak goed op de kast past. Normaal vormt dit geen probleem.

Het interieur is uitgevoerd in lichtbruine kunststof. De bodem en de zitbanken zijn in één geheel. Bij de meeste rijtuigen moeten nog enkele schotten van de compartimenten of de bagageafdeling geplaatst worden. Normaal klikken deze onderdelen mooi in elkaar. Het gaat soms sneller wanneer je enkele pinnetjes verwijdert met een kniptang of hobbymes.

De schotten worden met plasticlijm op de bodemplaat van het interieur vastgezet. Verwijder de gietresten op de zijkant. Controleer even de juiste positie van het interieur op het chassis.

Als laatste komt de kast aan de beurt. Eerst worden de kleine onderdelen op de koppen geplaatst. Om het aanbrengen gemakkelijk te maken worden de meeste gaatjes vooraf uitgeboord met een boortje van 1 of 1.1 mm. Gebruik een gripvaste tang om de stukjes te plaatsen en lijm ze aan de binnenzijde vast met plasticlijm.

De gaatjes voor de vouwbalgen moeten niet uitgeruimd worden. De vouwbalgen kun je gemakkelijk met één vinger op zijn plaats duwen. Voorzie eveneens de voetplaat onderaan in de vouwbalg. Je kunt deze los laten liggen. Persoonlijk geef ik de voorkeur om ook dit onderdeel te lijmen.

Tot slot is het de beurt aan de ruitjes. Deze passen precies in de raamopeningen. Eerst wordt het ruitje voor het toilet wit geschilderd. Dit kan je doen met Tamiya XF-2 mat wit, Deze verf kan je gemakkelijk met een penseel aanbrengen en bovendien is de verf snel droog. Hetzelfde effect bereik je eveneens met witte correctie-inkt van bijvoorbeeld Tippex.

Bij het plaatsen is het belangrijk dat je eerst de bovenrand van de strip met ruitjes tegen de voorziene gleuf schuift. Daarna druk je de ruitjes één voor één in de openingen. Wanneer je deze handeling juist uitvoert zullen alle ruitjes goed passen.

Ondervind je problemen, dan kun je de strip met ruitjes op verschillende plaatsen doorknippen en de delen afzonderlijk plaatsen. Ook de ruitjes worden daarna met een beetje vloeibare plasticlijm vastgezet.

Uiteindelijk worden de verschillende delen als een puzzel in elkaar geschoven. Het dak past precies in de voorziene gleufjes. Hetzelfde geldt voor het interieur dat vlot in de kast schuift. Het onderstel is het moeilijkste. Wanneer je bij de start van de bouwkit alles goed hebt uitgeprobeerd, zal de plaatsing van het chassis geen problemen opleveren. Als laatste worden de draaistellen in de voorzien openingen geduwd.

Het afgewerkt rijtuig is klaar om op de modelbaan dienst te doen. Op dit rijtuig is slechts één koppeling geplaatst omdat het als laatste wagen in een sleep van vier gaat ingezet worden. De imitatie sluitlichten zullen later vervangen worden door leds. Hiervoor kan je ondermeer terecht bij Brelec.

 

Wat heb je nodig?

Het materiaal dat je nodig hebt is beperkt tot extra vloeibare plasticlijm, secondelijm, twee hobbymesjes en een vijl. Daarnaast is het handig als je kunt beschikken over een fijne kniptang en een tang met gripvaste bekken. Ook een handboortje en enkele boortjes hou je best bij de hand. De witte verf van Tamiya dient voor het toiletruitje.

Voor het lijmen raden extra vloeibare plasticlijm aan. Deze lijm lost snel op en laat nauwelijks zichtbare lijmsporen aan. Lijmen zoals Humbrol Liquid Poly of gelijkaardige producten van Kibri, Revell en UHU zijn ook geschikt. Andere plasticlijmen zijn vaak te stroperig waardoor ze meer tijd nodig hebben om op te lossen. Hierdoor kunnen ze ook meer schade aanrichten en het kunststofoppervlak aantasten. Doe vooraf een test om na te gaan of het oppervlak niet verkleurd. Doe dit op een plaats die niet zichtbaar is voor het oog, bijvoorbeeld aan de binnenzijde van het dak of de onderkant van het interieur. De lijm wordt steeds met een penseel aangebracht en niet met het meegeleverde borsteltje. Plasticlijm met een doseernaald kun je eventueel ook gebruiken, maar onze voorkeur gaat toch uit naar de extra vloeibare plasticlijmen. 

 

Daarnaast heb je af en toe secondelijm en soms ook tweecomponentenlijm nodig. 

En verder 
- een hobbymes type X-Acto met een recht (nr. 11) en een rond (nr. 15) snijvlak.
- Een boorhouder en een boortje van 1,0 en 1,1 mm.
- Witte verf, bijvoorbeeld Tamiya XF-2 mat wit.
- Een platte halfzoete vijl (15 tot 20 cm)
- Een tang met degelijke grip en een kniptang.